Je hebt een hondenbuggy gekocht, maar je hond wil er niet in. Hij weigert, trekt zich terug of springt er meteen weer uit. Frustrerend, want je wilde juist fijne wandelingen maken. Gelukkig zijn er oplossingen. Met wat geduld en de juiste aanpak kun je je hond leren dat de buggy een veilige, prettige plek is.
Voordat je aan de slag gaat met oplossingen, is het handig om te begrijpen waarom je hond weigert. Honden zijn van nature voorzichtig met nieuwe dingen. Een buggy is vreemd: het ziet er raar uit, het ruikt vreemd en zodra je erin zit beweegt het ook nog. Dat is eng voor een hond die niet weet wat hem te wachten staat.
Sommige honden zijn van nature angstig of hebben slechte ervaringen met vervoersmiddelen. Misschien wordt je hond wagenziek of heeft hij vroeger een nare ervaring gehad in een bench of tas. Die angst kan hij nu associëren met de buggy.
Bij oudere honden kan het ook pijn zijn. Als instappen pijn doet aan zijn gewrichten, zal hij de buggy vermijden. Let daarop als je hond kreupel is of artrose heeft.
De grootste fout die mensen maken is te snel willen. Ze kopen een buggy en willen dezelfde dag nog een wandeling maken. Dat werkt niet bij een hond die onzeker is.
Begin in huis. Zet de buggy ergens in de woonkamer neer waar je hond hem kan zien. Doe verder niets. Laat je hond eraan wennen dat het ding er staat. Dit kan een dag of twee duren.
Daarna leg je een paar snoepjes om en in de buggy.
Begin met de brokjes om de buggy. Daarna kun je voorzichtig je hond optillen en in de buggy snoepjes geven. Daarna haal je hem er meteen weer uit.
Bij een buggy met een lage instap: leg de brokjes gewoon bij de ingang. Je hond mag ze pakken zonder helemaal in de buggy te hoeven. Herhaal dit een paar keer per dag. Je hond leert zo dat de buggy iets positiefs is.
Als je hond comfortabel is met het pakken van snoepjes, leg je ze iets verder naar achteren. Zo moet hij een stapje in de buggy zetten. Weer zonder druk, als hij niet wil, wacht je nog een dag. Bouw het rustig op totdat je hond helemaal in de buggy stapt voor een snoepje.
Je hond moet de buggy associëren met fijne dingen. Leg zijn favoriete dekentje erin. Dat ruikt vertrouwd en voelt zacht. Sommige honden vinden het ook fijn als er een oud kledingstuk van jou in ligt, dat ruikt naar veiligheid.
Als het past, kun je je hond ook zijn maaltijd in de buggy geven. Zet zijn voerbak erin en laat hem rustig eten. Dit werkt goed omdat eten een ontspannen moment is. Je hond leert dat de buggy een prettige plek is waar goede dingen gebeuren.
Je kunt ook speeltjes in de buggy gooien. Gooi zijn favoriete bal erin of een knuffel. Speel een spelletje waarbij de buggy deel uitmaakt van de pret.
Veel honden vinden het rijden eng. Ze snappen niet waarom de grond beweegt. Begin daarom met zitten in de buggy zonder te bewegen.
Zet je hond in de buggy of laat ‘m er zelf ingaan. Blijf gewoon stilstaan. Aai hem, geef hem een snoepje, praat rustig tegen hem. Na een minuut mag hij er weer uit. Doe dit een paar keer per dag.
Als hij comfortabel is met stilstaan, duw je de buggy heel langzaam een stukje heen en weer. Gewoon in huis, over de vloer. Een paar meter maar. Let op je honds reactie. Als hij bang wordt, ga je te snel.
Bouw het op naar kleine ritjes door de tuin. Dan een rondje om het blok. Altijd in kleine stapjes. Bij elk stapje: belonen met snoepjes en positieve aandacht. De meeste honden wennen binnen een week aan het rijden als je het rustig opbouwt.
Timing maakt verschil. Probeer je hond niet in de buggy te krijgen als hij vol energie zit. Een hond die wil rennen en spelen heeft geen zin om stil te zitten. Kies een moment waarop je hond wat rustiger is, bijvoorbeeld na een wandeling of speelsessie. Of lekker ’s avonds als het hele gezin bij elkaar bij de tv zit.
Sommige honden zijn ’s ochtends actiever, andere ’s avonds. Let op wanneer jouw hond rustiger is. Oefen dan met de buggy. Een vermoeide hond zal eerder accepteren dat hij even moet zitten.
Forceer het ook niet als je hond een slechte dag heeft. Honden hebben ook buien. Als je hond vandaag niet wil, probeer het morgen weer. Druk creëert alleen maar meer weerstand.
Misschien is het probleem praktisch. Sommige buggy’s hebben een lage instap, maar bij veel hondenbuggy’s moet je je hond er zelf intillen. Voor een oude hond met gewrichtsproblemen is dat niet zo fijn.
Kijk naar buggy’s met een lage instap. Die hebben een opening dicht bij de grond. Je hond kan er makkelijk instappen zonder hoge stap te maken. Voor grote honden zijn er zelfs modellen waar het ligvlak bijna op de grond zit.
Je kunt ook een opstapje of trapje gebruiken. Plaats het voor de buggy zodat je hond in twee kleine stappen naar binnen kan in plaats van één grote stap. Dit kan al verschil maken.
Blijf positief: honden voelen je stemming aan. Als jij gestrest bent of gefrustreerd, voelt je hond dat. Blijf rustig en vrolijk, ook als het even niet lukt.
Gebruik een clicker: als je gewend bent met clickertraining te werken, gebruik het dan ook hier. Click en beloon elke kleine stap in de goede richting. Dit werkt erg effectief.
Oefen kort en vaak: liever vijf keer per dag twee minuten oefenen dan één keer twintig minuten. Korte sessies houden het positief en voorkomen frustratie.
Vraag hulp als het niet lukt: sommige honden hebben diepere angsten. Als je na twee weken oefenen nog geen vooruitgang ziet, overweeg dan hulp van een hondentrainer. Die kan kijken wat er speelt en gericht advies geven.
Met deze aanpak lukt het meestal binnen één tot twee weken. Sommige honden hebben wat langer nodig, vooral angstige honden. Dat is prima. Het belangrijkste is dat je het tempo van je hond volgt en niet opgeeft.
Eenmaal gewend, zal je hond de buggy als iets normaals zien. Veel honden gaan er zelfs met plezier in omdat ze weten dat het een leuke wandeling betekent. Volhouden loont.
Meer informatie:
2ekansje
Bol
Dierenwinkel XL
Medpets
Pets Exclusive
Schecker
Zooplus